Toeslagenfraude/Bulgarenfraude deel 2

Vorige keer heb ik het artikel Toeslagenfraude/Bulgarenfraude geschreven waarin ik beschreef wat de toeslagenfraude inhoudt, hoe het werd ontdekt en hoe het werkt. Dit keer behandel ik de genomen maatregelen van de overheid tegen de toeslagenfraude.

Genomen maatregelen

In de brief van 4 mei 2013 van de Staatssecretaris wordt vermeld welke activiteiten de Belastingdienst heeft ondernomen bij de aanpak van systeemfraude. Dit betreft onder andere de volgende activiteiten:

  • binnen de Belastingdienst is de anti-fraude box opgericht;
  • verzoeken tot wijziging van bankrekeningnummers waarop de Belastingdienst toeslagen uitbetaalt, worden sinds 2011 pas verwerkt nadat de burger dit schriftelijk heeft bevestigd. Deze schriftelijke bevestiging is bedoelt om te voorkomen dat bankrekeningnummers buiten medeweten van de toeslaggerechtigde worden gewijzigd. Voor wijziging van bankrekeningnummers die met DigiD worden doorgevoerd in de Toeslagenportal blijft schriftelijke bevestiging achterwege. Ik snap persoonlijk niet waarom in het laatste geval schriftelijke bevestiging achterwege blijkt, aangezien fraudeurs vaak de DigiD bezitten van hun slachtoffers.
  • bij digitale aangiften en verzoeken via DigiD wordt een controle uitgevoerd of de DigiD hoort bij het burgerservicenummer (BSN) waarvoor de aangifte/verzoek wordt gedaan. Dit gebeurde voorheen niet. In 2011 waren er twee gastouderbureau’s die gebruik maakten van deze tekortkoming om te frauderen met kinderopvangtoeslagen.
  • bankrekeningnummers waarop betalingen van belastingen en toeslagen worden overgemaakt voor meer dan een gebruikelijk aantal burgerservicenummers, worden gesignaleerd en gecontroleerd. Waar fraude werd geconstateerd werden betalingen stopgezet en werd de terugvordering gestart.

In een brief van de Staatssecretaris van Financiën van 10 mei 2013 worden maatregelen ter bestrijding van fraude met toeslagen genoemd die op korte termijn realiseerbaar zijn. Deze extra maatregelen omvatten in het kort het volgende:

  • geen verlening voorschoot aan een voor de Belastingdienst onbekende aanvrager;
  • geen verlening voorschot bij verhoogd frauderisico;
  • vervallen recht op voorschot bij ontbreken van een actueel adresgegeven;
  • niet langer een toeslagenvoorschot bij signaal gemeente;
  • versterking inzet risicoprofielen door gemeenten;
  • onderzoek en afspraken gemeente, Belastingdienst en BZK naar risico’s in de keten;
  • beperking terugwerkende kracht om toeslagen aan te vragen;
  • vooraf toetsen verzekeringsstatus zorgtoeslag;
  • Europese gegevensuitwisseling.

De bovengenoemde maatregelen zijn opgenomen in de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit. Deze wet maakt deel uit van het Belastingplan 2014. Het wetsvoorstel Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit is aangenomen door de Tweede Kamer op 19 november 2013 en is in werking getreden per 1 januari 2014.[1]

Eén bankrekeningregel

Op 1 december 2013 is de zogenoemde één bankrekeningmaatregel in werking getreden. Deze maatregel is opgenomen in de wet Overige fiscale maatregelen 2012.[2] Deze maatregel was toentertijd al genomen om onder andere toeslagfraude tegen te gaan. De maatregel houdt in dat uitbetaling van teruggaven inkomstenbelasting, omzetbelasting en toeslagen alleen nog wordt verricht op een bankrekening die op naam staat van de belanghebbende. Daarnaast wordt voor alle uitbetalingen één en dezelfde bankrekeningnummer gebruikt (met uitzondering voor de omzetbelasting).[3] In de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit wordt een uitzondering opgenomen op de één bankrekeningregel. Dit geldt voor de situatie dat sprake is van schuldhulpverlening. Zo blijft het mogelijk dat toeslagen of belastingteruggaven worden gedaan op een bankrekening die op naam staat van de bewindvoerder. Het blijft echter met de één bankrekeningmaatregel mogelijk dat een fraudeur beschikt over de bankrekening die op naam staat van de toeslaggerechtigde. Deze maatregel alleen houdt toeslagenfraude dus niet tegen. De Belastingdienst/Toeslagen kan door de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit diegene die beschikt over een bankrekening waarop een te hoog bedrag of onterecht bedrag aan toeslagen is uitbetaald aansprakelijk stellen.[4] De nieuwe aansprakelijkheid richt zich tot diegene die de beschikking heeft tot de bankrekening waarop de toeslag is uitbetaald. Denk bijvoorbeeld aan de fraudeur die een pasje van de bankrekening ‘inneemt’.

Verlenging beslistermijn aanvraag toeslagen

Voor de wetswijziging verleende de Belastingdienst/Toeslagen een voorschot na een aanvraag om een toeslag, indien niet binnen 8 weken werd beslist op de aanvraag.[5] De beslissing op de aanvraag wordt ook wel de definitieve toekenning genoemd. In de regel werd de definitieve toekenning niet in 8 weken beslist dus werd er vaak een voorschot verleend. Nu verleent de Belastingdienst/Toeslagen een voorschot op de definitieve toekenning van de toeslag binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag.[6] De beslistermijn bedroeg dus 8 weken en bedraagt nu 13 weken. De Belastingdienst/Toeslagen kan de beslistermijn van 13 weken met nog eens 13 weken verlengen indien nadere informatie nodig is.[7] Indien informatie uit het buitenland nodig is kan de beslistermijn met nog eens 26 weken worden verlengd. Deze maatregel zorgt ervoor dat aanvragers van een toeslag met een verhoogd frauderisico langer moeten wachten. Een besluit vindt dan bijvoorbeeld pas plaats nadat de Belastingdienst/Toeslagen informatie heeft ontvangen van derden (bijvoorbeeld kinderopvanginstellingen). Of er wordt pas een besluit genomen indien de aanvrager, naar aanleiding van een verzoek van de Belastingdienst/Toeslagen, naar de balie van een belastingkantoor is gegaan om te bewijzen dat de aanvraag klopt.

Geen voorschot bij onvoldoende gegevens over de aanvrager

Indien een aanvraag wordt ingediend door een persoon waarover de Belastingdienst/Toeslagen weinig informatie beschikt, wordt in beginsel geen voorschot op de toeslag verleent.[8] Deze personen verkrijgen pas na afloop van het toeslagjaar, bij de definitieve toekenning, uitbetaling van de toeslag. Mits er uiteraard recht op de toeslag bestaat. In de wet staat dat wel een voorschot wordt verleend indien de aanvrager zijn aanspraak op een tegemoetkoming aannemelijk kan maken op een volgens de Belastingdienst/Toeslagen aangegeven wijze. In de meeste gevallen zal dit betekenen dat de aanvrager zich zal moeten wenden tot de toeslagenbalie van zijn belastingkantoor. Volgens de memorie van toelichting bij de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit zullen zorgtoeslagaanvragen door jongeren in verband met het worden van achttien jaar niet getroffen worden door de maatregel “onvoldoende gegevens beschikbaar”. In de meeste gevallen zal het gaan om aanvragen afkomstig van buitenlanders die sinds kort in Nederland werken of wonen.

Opschorting van uitbetaling bij twijfel over adres

Wanneer de Belastingdienst/Toeslagen twijfelt over het adres van de aanvrager van de toeslag, kan de Belastingdienst/Toeslagen:

  • afzien van het verlenen van een voorschot;[9]
  • de uitbetaling van een voorschot opschorten;[10]
  • afzien van het uitbetalen van de toeslag (definitieve toekenning);[11]

Deze maatregel is ingevoerd omdat een foutieve inschrijving in de BRP duidt op een verhoogd frauderisico. Als later blijkt dat er geen recht op de toeslag bestond, dan is het moeilijk het geld dat ten onrechte is uitbetaald terug te vorderen. Door deze maatregel wordt voorkomen dat geld ten onrechte wordt uitbetaalt en stimuleert de Belastingdienst op deze manier dat mensen goed ingeschreven staan in de BRP. BRP staat voor de Basisregistratie Personen die de Gemeentelijke Basisadministratie Personen (GBA) heeft vervangen.Twijfel over het adres betekent niet dat iemand geen recht heeft op de toeslag, behalve bij de huurtoeslag. Het is zo dat het recht niet wordt ‘geformaliseerd’ doordat de Belastingdienst het (tijdelijk) niet vertrouwt. Als de twijfel na verloop van vijf jaren niet is weggenomen, vervalt het recht op de uitbetaling wel volledig.[12]

Boetes

Als de aanvrager van de toeslag(en) een bestuurlijke vergrijpboete heeft gekregen voor de toeslagen of belastingen in de afgelopen vijf jaren, dan krijgt hij geen voorschot toeslagen.[13] Alleen na afloop van het jaar, bij de definitieve toekenning, kan hij een toeslag krijgen. Het artikel in de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit dat dit regelt door de Algemene wet inkomensafhankelijke regeling te wijzigen is op het moment van schrijven nog niet in werking getreden.[14]

ANPR

De Belastingdienst gebruikt ANPR om belastingschulden te innen. ANPR staat voor Automatic NumberPlate Recognition (automatische nummerherkenning). Bij een ANPR-actie kan een voertuig van de weg worden gehaald als er sprake is van een openstaande belastingschuld van de kentekenhouder. Wanneer de belastingschuld niet ter plekke wordt betaald, wordt beslag gelegd op het voertuig. Dat voertuig wordt vervolgens executoriaal verkocht om (enig) verhaal te kunnen bieden voor de openstaande belastingschulden. Voor de wetswijziging was het niet mogelijk om ANPR in te zetten voor het invorderen van een toeslagschuld.[15] De Belastingdienst hoeft tegenwoordig geen onderscheid meer te maken tussen toeslagschulden en belastingschulden. Het gaat hier overigens alleen om onbetaald gebleven vorderingen waarvoor een dwangbevel is getekend.

Aftreden Staatssecretaris van Financiën Weekers

Op 15 januari 2014 was er in de Tweede Kamer het debat over de fraude met toeslagen.[16] Weekers liet tijdens het debat weten dat de kans dat Nederland geld terugkrijgt van Bulgaren die hebben gefraudeerd met de huurtoeslag zeer klein is. Voor de terugvordering van toeslagen binnen de EU wordt gebruik gemaakt van de EG Verordening 884/2004. De huurtoeslag valt echter niet onder de reikwijdte van deze verordening. De Tweede Kamer was enigszins geërgerd. Op 23 januari 2014 zond RTL Nieuws een interview uit met de Staatssecretaris. Ongeveer 125.000 mensen waren al een maand á twee maanden op hun toeslag aan het wachten. Medewerkers van de Belastingdienst hadden dat anoniem gemeld aan RTL Nieuws. Volgens de Staatssecretaris waren de uitbetalingen stopgezet door een aantal maatregelen tegen de toeslagfraude. Vooral door de één bankrekeningregel zijn bepaalde uitbetalingen stopgezet. De 125.000 mensen hebben volgens de Staatssecretaris niet of niet op de juiste manier gereageerd op een schriftelijk verzoek om informatie door de Belastingdienst. Over deze problemen met de uitbetaling van toeslagen heeft de Tweede Kamer een debat gevoerd op 29 januari 2014. Door dit debat heeft de Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers uiteindelijk besloten af te treden.


 

Ik ben benieuwd of de genomen maatregelen effectief zal zijn tegen de toeslagenfraude. Dit zal waarschijnlijk wel het geval zijn. Fraudeurs zijn inventief en zullen andere manieren proberen te vinden om geld te verdienen.

Voetnoten

  1. Handelingen II 2013/14, 33 754, nr. 25.
  2. Artikel XII, onderdeel B Overige fiscale maatregelen 2012
  3. Artikel 7a lid 1 Invorderingswet 1990
  4. Artikel III, onderdeel H lid 2 Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit jo. artikel 33 lid 3 laatste volzin Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  5. Artikel 16 lid 1 (oud) Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  6. Artikel III onderdeel B lid 1 Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 16 lid 1 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  7. Artikel III onderdeel B lid 1 Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 16 lid 3 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  8. Artikel III onderdeel B lid 2 Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 16 lid 4 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  9. Artikel III onderdeel B lid 2 Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 16 lid 7 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  10. Artikel III onderdeel E Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 23 lid 1 sub b Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  11. Artikel III onderdeel F Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 24a sub a Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  12. Artikel III onderdeel F Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 24a sub b Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
  13. Artikel III onderdeel C Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit
  14. Artikel VI lid 3 Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit
  15. Artikel III onderdeel G Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit, artikel 32 lid 4 Wet inkomensafhankelijke regelingen
  16. Handelingen II 2013/2014, nr. 41, debat over de fraude met toeslagen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>