Begrotingsakkoord 2014

Op 11 oktober 2013 is het begrotingsakkoord 2014 gepresenteerd. In het begrotingsakkoord staan afspraken die het kabinet heeft gemaakt met D66, Christenunie, SGP en de coalitiepartijen (VVD en PvdA). De maatregelen die zijn aangekondigd in het begrotingsakkoord zijn grotendeels verwerkt in het wetsvoorstel Belastingplan 2014 (Tweede Nota van Wijziging van het Belastingplan 2014). Door de maatregelen uit het begrotingsakkoord 2014 vindt een vergroening van de belastingen plaats, want de lasten op milieu worden verhoogd. Daarnaast worden de lasten op vermogen en winst verhoogd. De lasten op inkomen en arbeid daarentegen worden verlaagd. In dit artikel staat een overzicht van de maatregelen en een uitleg van de wijzigingen.

Fiscale maatregelen

Lastenverlichting

  • Terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek
  • Fiscale ondersteuning chronisch zieken en gehandicapten (fiscale aftrek specifieke zorgkosten)
  • Tijdelijke verlaging van het tarief in de inkomstenbelasting voor box 2
  • Verlenging verlaagd Btw-tarief renovatie en onderhoud aan woningen
  • Terugdraaien van de afbouw van de algemene heffingskorting in de vierde schijf
  • Verlaging van het tarief in de eerste schijf in de loon- en inkomstenbelasting

Lastenverzwaring

  • Aanscherping CO2-grenzen in de BPM vanaf 2015
  • Geplande verlaging van de MRB vervalt
  • Verhoging van het tarief van de belasting op leidingwater
  • Herinvoering van de belasting op storten van afval
  • Verlaging van de marge gebruikelijk loon in box 2
  • Afschaffing van de werkbonus

Intensiveringen

  • Halvering voorgenomen verhoging kindgebonden budget (voor het 1e en 2e kind)
  • Meer kinderopvangtoeslag

Terugdraaien versobering zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek geeft een fiscaal voordeel aan de IB-ondernemer, want door de aftrek kan hij zijn fiscale winst verlagen. De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2013 € 7.820. De ondernemer die voldoet aan het urencriterium heeft recht op de zelfstandigenaftrek. Het urencriterium houdt kort gezegd in dat je 1225 uren in het kalenderjaar aan je onderneming besteed. Uit de plannen die gepresenteerd waren op Prinsjesdag bleek al dat de zelfstandigenaftrek in 2014 nog blijft. Het kabinet was van plan om de zelfstandigenaftrek te beperken vanaf 2015. De voorgenomen beperking van € 300 miljoen euro gaat nu definitief niet door.

Fiscale ondersteuning chronisch zieken en gehandicapten

Uitgaven voor specifieke zorgkosten maken onderdeel uit van de persoonsgebonden aftrek in de inkomstenbelasting. Dit houdt in dat de uitgaven voor specifieke zorgkosten fiscaal aftrekbaar zijn. Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan medicijnen op voorschriften van een arts, genees- en heelkundige hulp en vervoer wegens ziekte of invaliditeit.[1] Burgers die als gevolg van de heffingskortingen geen of onvoldoende belasting betalen om deze fiscale aftrek te verzilveren kunnen recht hebben op de tegemoetkoming specifieke zorgkosten.[2] Op 9 september 2013 is in de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Afschaffing financiële regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten‘ ingediend.[3] Dit wetsvoorstel voorziet er onder andere in de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten af te schaffen per 1 januari 2014.[4] Dit wetsvoorstel is nog niet aangenomen in de Tweede Kamer. In het Begrotingsakkoord is echter afgesproken om de huidige fiscale regeling voor chronische zieken en gehandicapten te continueren voor de jaren 2014 en daarna. De fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten blijft bestaan, maar in aangepaste vorm.[5] Uitgaven voor scootmobielen, rolstoelen en woningaanpassingen worden uitgezonderd van de fiscale aftrek.[6] Volgens het kabinet kunnen burgers voor deze zaken zich bij de gemeente melden. Ook worden hulpmiddelen aanschaft wegens ziekte of invaliditeit, voortaan alleen voor aftrek toegelaten indien de hulpmiddelen van zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk (> 70%) door zieke of invalide personen worden gebruikt. Het kabinet is voornemens de fiscale aftrek specifieke zorgkosten in 2015 fundamenteel te herzien. In de loop van volgend jaar zullen nadere voorstellen worden gedaan, aldus het kabinet.

Tijdelijke verlaging tarief box 2 inkomstenbelasting

Het box 2 tarief wordt in 2014 tijdelijk verlaagd van 25% naar 22%. Inkomsten uit aanmerkelijk belang wordt in 2014 belast tegen een tarief van 22% voor zover dat inkomen niet hoger is dan € 250.000. Het inkomen uit aanmerkelijk belang dat € 250.000 te boven gaat wordt belast tegen het reguliere tarief van 25%.[7] Het kabinet hoopt op deze manier het aantrekkelijker te maken voor aanmerkelijk belanghouders om opgepotte reserves in de bv uit te keren in de vorm van dividend. De opbrengst van deze maatregel wordt geraamd op ruim €1 miljard in 2014.

Verlenging verlaagd BTW-tarief renovatie en onderhoud aan woningen

Op renovatie en herstel van woningen is het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing. Dit is een tijdelijke regeling tot 1 januari 2014, die door het begrotingsakkoord verlengd is tot 1 januari 2015. Het moet wel gaan om woningen die ouder zijn dan twee jaar. Het kabinet hoopt op deze manier investeringen op de woningmarkt aan te jagen.

Terugdraaien afbouw algemene heffingskorting

Dit jaar (2013) bedraagt de algemene heffingskorting € 2.001. Door het Belastingplan 2014 en Belastingplan 2012 wordt per saldo het maximum van de algemene heffingskorting in 2014 verhoogd naar € 2.103. Verder wordt door het Belastingplan 2014 in de jaren 2015 en 2016 de algemene heffingskorting verhoogd. Voor 2017 bedraagt de algemene heffingskorting door het Belastingplan 2014 maximaal € .2263. Tegelijkertijd wordt door het Belastingplan 2014 de algemene heffingskorting voor inkomens vanaf het begin van de tweede tariefschijf in de loon- en inkomstenbelasting afgebouwd (in 2014 € 19.645). In 2014 loopt deze afbouw tot een inkomen aan het einde van derde tariefschijf (in 2014 € 56.531).  Simpel gezegd, hoe hoger je inkomen vanaf de tweede tariefschijf, des te lager de algemene heffingskorting. Per saldo bedraagt de maximale afbouw € 737. De algemene heffingskorting kan in 2014 dus niet minder bedragen dan € 1.362. De algemene heffingskorting zou met ingang van 1 januari 2015 op grond van het Belastingplan 2014 tot nihil worden afgebouwd. Dit gaat echter niet meer door vanwege het begrotingsakkoord 2014. De afbouw in de vierde schijf wordt teruggedraaid. Hierdoor kan in 2015 en verdere jaren de algemene heffingskorting niet tot nihil worden afgebouwd.[8] De maximale afbouw van de algemene heffingskorting in 2015 en volgende jaren bedraagt €1.106.[9]

Verlaging tarief eerste schijf inkomsten- en loonbelasting

In 2014 wordt het tarief in de eerste schijf van de loon- en inkomstenbelasting verlaagt met 0,75%. Voor mensen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd geldt in 2013 een inkomstenbelastingtarief (inclusief premie volksverzekeringen) van 37% in de eerste schijf. In 2015 wordt het tarief in de eerste schijf vervolgens verhoogd met 0,51% en in 2016 wordt het tarief in de eerste schijf verhoogd met 0,06%. Per saldo is dus in 2017 het tarief in de eerste schijf 0,18% lager dan het huidige tarief in 2013.

Aanscherping CO2-grenzen in de BPM

In het begrotingsakkoord 2014 staat dat de CO2-grenzen verder worden aangescherpt vanaf 2015. De opbrengst van deze verdere aanscherping van de CO2-grenzen moet structureel € 200 miljoen opleveren per jaar. Deze verhoging wordt uitgewerkt door artikel XVIII van de Wet uitwerking autobrief aan te passen.[10] Er wordt een extra schijf ingevoerd. Normaliter zou in 2015 een vrijstelling van BPM gelden indien de CO2-uitstoot lager is dan 82 g/km (behoudens een eventuele dieseltoeslag). Door de extra schijf wordt elke auto een vast bedrag aan BPM verschuldigd van € 175 plus € 6 per g/km in deze extra schijf. De extra schijf begint vanaf 1 g/km tot en met 82 g/km. Als gevolg van deze wijziging geldt de vrijstelling van BPM alleen voor nulemissieauto’s vanaf 2015.

Geplande verlaging van de MRB vervalt

In het begrotingsakkoord staat dat de geplande verlaging van de MRB vervalt. In het Belastingplan 2014 is hier geen concrete uitwerking aan gegeven.

Verhoging leidingwaterbelasting

De leidingwaterbelasting bedraagt op dit moment € 0,165 per m³ leidingwater.[11] De belasting wordt geheven over maximaal 300 m³ leidingwater in een kalenderjaar. In het begrotingsakkoord 2014 is opgenomen dat het tarief van de belasting op leidingwater wordt verhoogd. Tevens vervalt het maximumverbruik van 300 m³ waarover wordt geheven in de leidingwaterbelasting. In de tweede nota van wijziging van het Belastingplan 2014 is het tarief vastgesteld op € 0,33 per m³. Er was in de Tweede Kamer veel weerstand tegen het plan om het plafond in leidingwaterbelasting af te schaffen. Daarom heeft het Kabinet in de vijfde nota van wijziging een degressief tariefstructuur geïntroduceerd. Er geldt dus niet meer één tarief zoals voorheen. Vanaf 1 januari 2015 zullen de volgende tarieven gelden[12]:

Tariefschijf Tarief per m³
0 – 300 m³ € 0,33
300 – 100.000 m³ € 0,20
100.000 – 500.000 m³ € 0,18
500.000 m³ – 2.500.000 m³ € 0,13
> 2.500.000 m³ € 0,025

Om de Belastingdienst en het bedrijfsleven de tijd te geven om hun administratieve systemen aan te passen, geldt in 2014 een overgangsregeling en wordt vanaf 1 juli 2014 gestart met de degressieve schijvenstructuur. Wel geldt in 2014 andere tarieven en schijflengtes. In 2014 worden de schijflengtes gehalveerd en de tarieven verdubbeld vergeleken met de bovenstaande tabel.[13]

Afvalstoffenbelasting

Op 1 januari 2012 werd de afvalstoffenbelasting afgeschaft. Deze belasting wordt nu weer ingevoerd per 1 oktober 2014. Deze maatregel levert volgens het kabinet structureel € 100 miljoen op. Wel zijn er enkele wijzigingen ten opzichte van de oude regeling. Er zal voortaan één tarief gelden van € 51 per 1.000 kilogram.[14] Afvalstoffenbelasting wordt geheven wanneer afvalstoffen aan een inrichting als bedoeld in de wet worden afgegeven.

Box 2: verlaging marge gebruikelijk loon

Het loon van een aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder) wordt in beginsel vastgesteld op € 43.000 volgens artikel 12a Wet op de loonbelasting. Indien een hoger loon gebruikelijk is, wordt het loon vastgesteld op een bedrag dat niet in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is. Concreet betekent dit dat het gebruikelijk loon tot 30% mag afwijken van het ‘marktloon’. Dit percentage wordt per 2015 zodanig aangepast dat deze maatregel €150 miljoen oplevert. In het Belastingplan 2014 is hier geen concrete uitwerking aan gegeven.

Afschaffing werkbonus

De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar wordt vanaf 1 januari 2015 voor nieuwe gevallen afgeschaft. Voor bestaande gevallen blijft de werkbonus op het huidige niveau. In het Belastingplan 2014 is hier geen concrete uitwerking aan gegeven.

Kindgebonden budget

De verhogingen van de bedragen voor het eerste en tweede kind in het kindgebonden budget worden gehalveerd. In het Belastingplan 2014 is hier geen concrete uitwerking aan gegeven.

Kinderopvangtoeslag

Er wordt € 100 miljoen ingezet ten behoeve van de kinderopvangtoeslag. De kinderopvangtoeslag wordt zodanig aangepast dat de marginale druk voor de midden en hogere inkomens wordt verlaagd. In het Belastingplan 2014 is hier geen concrete uitwerking aan gegeven.

Wat vind jij van de maatregelen? Heb je vragen over het Begrotingsakkoord 2014? Vraag ze gerust in een reactie.

Voetnoten

  1. Zie artikel 6.17 Wet inkomstenbelasting 2001
  2. Zie artikel 24 Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en het Besluit_tegemoetkoming_specfieke_zorgkosten
  3. Afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (Kamerstukken 33 726)
  4. Artikel I onderdeel H en Artikel IV Afschaffing financiële regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten
  5. onderdeel 22 Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014
  6. onderdeel 1 sub c Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014
  7. onderdeel 1 sub a 00A Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014
  8. onderdeel 2 sub f en onderdeel 3 sub a Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014
  9. onderdeel 3 sub a Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014
  10. onderdeel 20 Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014
  11. artikel 18 Wet belastingen op mileugrondslag
  12. Artikel XXIIID Belastingplan 2014 (gewijzigde)
  13. Artikel XXIIIB onderdeel C Belastingplan 2014 (gewijzigde)
  14. Artikel 28 Wet belastingen op milieugrondslag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>