Crisisheffing – Werkgeversheffing hoge lonen

De werkgeversheffing hoge lonen, ook wel de crisisheffing of pseudo-eindheffing voor hoog loon genoemd, is per 1 januari 2013 ingevoerd. Het is een heffing van 16% over lonen boven de € 150.000 die de werkgever moet betalen. Bij de introductie van de maatregel werd aangegeven dat het een tijdelijke crisisheffing is. Toch heeft het kabinet besloten om de werkgeversheffing hoge lonen met een jaar te verlengen. Deze maatregel is opgenomen in het Belastingplan 2014.

Reden invoering werkgeversheffing hoge lonen

Het kabinet gaf trots aan dat ze met de fracties van VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie een begrotingsakkoord voor 2013 hadden gesloten dat het EMU-tekort terugdringt tot 3%. In het begrotingsakkoord was aangegeven dat hogere inkomens ook in deze tijd een extra bijdrage moesten leveren. Hiervoor werd een extra werkgeversheffing ingevoerd. Hogere lonen (inclusief bonussen) werden in 2013 tijdelijk extra belast. De werkgeversheffing bedroeg 16% over lonen die in 2012 hoger waren dan € 150.000. De opbrengst van deze ‘eenmalige crisisheffing’ werd geraamd op € 500 miljoen. Het CBS meldde op 28 oktober 2013 dat de crisisheffing ruim € 628 miljoen heeft opgebracht.

Invoering crisisheffing

De maatregel werd ingevoerd per 1 januari 2013 door de Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013. In de Wet op de loonbelasting 1968 werd een nieuwe artikel toegevoegd:
Artikel 32bd

  1. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarover in het voorafgaande kalenderjaar met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b belasting is geheven, voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als op 31 maart van het kalenderjaar genoten loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 16%, voor zover dat loon in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 150 000.
  2. Voor de toepassing van het eerste lid behoort tevens tot het loon van een werknemer het loon dat die werknemer heeft genoten van een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap. Het eerste lid vindt in de in de vorige volzin bedoelde gevallen toepassing bij de inhoudingsplichtige die in het voorafgaande kalenderjaar het grootste deel van het loon van de werknemer heeft verstrekt.
  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen voor de toepassing van het eerste lid als door een inhoudingsplichtige in het voorafgaande kalenderjaar aan een werknemer verstrekt loon in aanmerking wordt genomen.

In de Memorie van toelichting bij de wet is aangegeven dat de werkgeversheffing zich richt op werkgevers en niet op werknemers en IB-ondernemers. Hiervoor werd gekozen vanwege het eenmalige karakter van de maatregel. Tevens zou het fiscale vestigingsklimaat eronder lijden als gekozen werd voor een extra schijf in de inkomstenbelasting. De werkgeversheffing is 16% over de in 2012 genoten lonen voor zover deze boven € 150.000 uitkomen. Dit betekent dat slechts het meerdere wordt belast. Voor de berekening van de hoogte van de belasting in 2013 wordt aangesloten op het loon van de werknemer in 2012. Voor de toepassing van deze heffing wordt het meerdere boven € 150.000 geacht te zijn genoten op 31 maart 2013.

Verlenging werkgeversheffing hoge lonen

Door het Belastingplan 2014 wordt de pseudo-eindheffing voor hoog loon met één jaar verlengd. Dat betekent dat werkgevers ook in het jaar 2014 16% belasting moeten afdragen over het loon van een werknemer voor zover dat loon een bedrag van € 150.000 overtreft. Voor de heffing in 2014 wordt aangesloten bij lonen in 2013. Bij de invoering van de maatregel werd expliciet vermeld dat het om een tijdelijke maatregel ging die slechts voor 1 jaar zou gelden. De Afdeling advisering van de Raad van State had terecht opgemerkt waar de burger het vertrouwen aan kan ontlenen dat de maatregel de komende jaren niet opnieuw wordt verlengd. De Staatssecretaris van Financiën reageerde dat het kabinet vond dat de maatregel noodzakelijk was door de ‘buitengewone budgettaire taakstelling’ voor 2014.

Bezwaren en proefprocedures tegen de crisisheffing

De invoering van de werkgeversheffing per 1 januari 2013 was een ongewone maatregel. Er is namelijk sprake van belastingheffing met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 omdat wordt aangesloten bij de lonen van vorig jaar. Het zal niemand dan ook verbazen dat vele bezwaren tegen de crisisheffing zijn ingediend. Het Financieele Dagblad berichtte op 2 augustus 2013 dat het aantal bezwaarschriften tegen de ‘eenmalige’ crisisheffing is opgelopen tot meer dan 10.000. De bezwaren richten zich voornamelijk tegen de terugwerkende kracht, wat in wetgeving- en regelgeving op het gebied van belastingen ongebruikelijk is. Ook wordt geklaagd over het feit dat IB-ondernemers die een inkomen van meer dan € 150.000 hebben niet worden geraakt door de maatregel. Dat is in de ogen van veel dga’s een onrechtvaardig verschil. De Belastingdienst heeft in april 2013 vanwege de vele bezwaarschriften overleg gevoerd met de koepelorganisaties van fiscale dienstverleners. Uit dat overleg kwam voort dat voor een beperkt aantal bezwaarschriften proefprocedures worden gevoerd tot de hoogste rechterlijke instantie. Als je als werkgever bezwaar maakt zijn er dus twee mogelijkheden. Je kunt toestemming geven aan de Belastingdienst om de proefprocessen af te wachten. De Belastingdienst zal vervolgens het bezwaar overeenkomstig het hoogste rechterlijke oordeel afhandelen. Voor deze optie moet wel een vaststellingsovereenkomst worden gesloten. Of je geeft geen toestemming om de proefprocessen af te wachten. De Belastingdienst zal dan zelfstandig en direct het bezwaar afhandelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>