Stamrechtvrijstelling afgeschaft door Belastingplan 2014

Stamrechten worden gezien als ‘beklemd vermogen’. In het Belastingplan 2014 is de stamrechtvrijstelling voor nieuwe stamrechten afgeschaft. Wat zijn stamrechten, wat houdt de stamrechtvrijstelling in en wat is beklemd vermogen?

Stamrechten

Als een werkgever een werknemer voortijdig ontslaat, kan de werkgever de werknemer een uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon toekennen. De uitkering kan toegekend worden in de vorm van een aanspraak op periodieke uitkeringen (stamrecht) of in de vorm van één bedrag (een uitkering ineens). Wanneer het stamrecht wordt ondergebracht in een stamrecht bv, bij een bank, bij een beleggingsinstelling of bij een verzekeraar is onder voorwaarden de stamrechtvrijstelling van toepassing. De stamrechtvrijstelling houdt in dat de omkeerregel wordt toegepast.[1] Er wordt geen belasting geheven over de toegekende aanspraak. Er wordt pas belasting geheven op het moment dat de uitkering wordt genoten (net als bij pensioenen). Bij een stamrecht ontbreekt een specifiek bestedingsdoel. De uitgekeerde bedragen kun je overal voor gebruiken. Daarom kwam de stamrechtvrijstelling het meest in aanmerking voor ‘ontklemming’ volgens het kabinet.

Beklemd vermogen

Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2013 is aan de Tweede Kamer toegezegd om beklemmingen van vermogen in fiscale regelingen nader te overwegen. Wat houdt beklemd vermogen in? De fiscale wet- en regelgeving kent geen omschrijving van het begrip beklemd vermogen. Beklemd vermogen is volgens de Staatssecretaris van Financiën vermogen, niet zijnde ondernemingsvermogen en niet zijnde met resultaat uit overige werkzaamheden verband houdend vermogen, waarvan de inkomsten en kosten onder voorwaarden fiscaal gefaciliteerd worden in box 1.[2] Verder geldt voor beklemd vermogen dat het niet voldoen aan de voorwaarden leidt tot een eerdere of hogere belastingheffing en soms tot aanvullende consequenties (zoals revisierente). Volgens het kabinet behoren stamrechten tot ‘beklemde vermogens’. Ontklemming houdt volgens de Staatssecretaris niet alleen het vrijgeven van beklemd vermogen in, maar ook het voorkomen of beperken van de opbouw van toekomstig beklemd vermogen. Ontklemming in het geval van stamrechten houdt in dat alle op 1 januari 2014 bestaande stamrechten, die onder de stamrechtvrijstelling vallen, niet meer in periodieke termijnen moeten worden uitgekeerd.

Aanpassing stamrechtvrijstelling

Op 1 januari 2014 vervalt de eis voor de stamrechtvrijstelling dat stamrechten in periodieke termijnen moeten worden uitgekeerd.[3] Bestaande stamrechten kunnen daardoor, zonder heffing van revisierente, ineens worden uitgekeerd.  Vanaf 2014 geldt voor bestaande stamrechten dus een coulanter regime. De uitkering ineens wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting bij de belastingplichtige. De belastingplichtige kan ervoor kiezen om zijn stamrecht in één keer uit te keren, maar hij is dat niet verplicht. In het Belastingplan 2014 is een tijdelijke impuls opgenomen om belastingplichtigen toch tot een uitkering ineens te bewegen. Als de aanspraak in 2014 in één keer wordt uitgekeerd dan wordt slechts 80% van de uitkering belast in box 1. Deze prikkel geldt dus alleen in 2014. Wel is vereist dat de stamrecht is toegekend voor 15 november 2013 om in aanmerking te komen voor de verlaging.[4] Waarom heeft het kabinet deze impuls opgenomen? In de hoop dat stamrechten sneller worden uitgekeerd zodat eerder belastingheffing plaatsvindt. Het kabinet haalt zo toekomstige inkomsten naar voren in de tijd. Per 1 januari 2014 wordt ook de stamrechtvrijstelling voor nieuwe stamrechten afgeschaft.[5] De stamrechtvrijstelling blijft dus gelden voor bestaande stamrechten.[6] De afschaffing van de vrijstelling heeft tot gevolg dat vanaf 1 januari 2014 ontvangen vergoedingen ter vervanging van gederfd of te derven loon in het jaar van ontvangst volledig in box 1 worden belast. De middelingsregeling kan een matiging van de belasting bewerkstelligen voor belastingplichtigen die vanaf 1 januari 2014 een stamrecht ontvangen. Begroot is dat de afschaffing van de stamrechtvrijstelling voor nieuwe gevallen structureel de schatkist € 830 miljoen oplevert per jaar.

Voetnoten

  1. Artikel 11 lid 1 onderdeel g Wet op de loonbelasting 1964
  2. Zie bijlage 1: Passage in de bijlage bij de toezeggingenbrief t.a.v. beklemd vermogen
  3. Artikel 39f lid 2 Wet op de loonbelasting 1964
  4. Artikel 39f lid 4 Wet op de loonbelasting 1964
  5. Artikel V onderdeel B Belastingplan 2014
  6. Artikel 39f lid 1 Wet op de loonbelasting 1964

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>